Historie

Oppe Brik

Historie

Geschiedenis verhalen

Binnenkort zullen de eerste personen hun intrede doen in hun nieuwe woning in Oppe Brik. Maar wie leefden er voor de nieuwe bewoners eigenlijk op het terrein?

Recent brachten we de geschiedenis van Oppe Brik in kaart. Verhalen van verschillende bewoners kwamen daarbij naar voren. Van jagers en verzamelaars tot de Steingroep en van de eerste boeren tot aan Monniken en Ridders.

Al deze verhalen delen wij graag met u.

‘De eerste bewoners’ (300.000 – 10.000 v. Chr.)

Al 60.000 tot 35.000 jaar voor onze jaartelling liepen de eerste bewoners over het Oppe Brik terrein, toen nog over de uitgestrekte toendra’s. Warme en koude tijdperken wisselden elkaar af door de jaren heen, waardoor er periodes waren dat er niemand in Limburg woonde, maar ook tijden waren dat er hier vele mensen jaagden op rendieren. Hierbij gebruikten ze voornamelijk wapens gemaakt van vuursteen. Een vuistbijltje dat in de buurt van Oppe Brik werd gevonden stamt dan ook al van ca. 60.000 v. Chr. Later deden zich er klimaatveranderingen voor. Er ontstonden onder andere hoge stuifduinen langs de oevers van de Maas. Die bleken ideaal voor de mensen op doortocht, zij kampeerden er tijdelijk voor ze weer doortrokken naar een volgende plaats.

‘De jagers en verzamelaars’ (10.000 – 5.000 v. Chr.)

Het industrieel erfgoed van de voormalige greswarenfabriek is geschikt voor functies als onderwijs, als bedrijfsverzamelgebouw, als horeca met kookstudio en daarmee als trefpunt in en voor de wijk. In het midden van Oppe Brik komt een park als ontmoetingsruimte voor bewoners.

‘De eerste boeren’ (5.300 – 2.000 v. Chr.)

Tussen 5.300 en 2.000 v. Chr. verandert de levensstijl van de gemeenschappen rondom het Oppe Brik terrein. Voorheen spraken we niet echt van bewoners, omdat men van plaats naar plaats trok om bijvoorbeeld te jagen. Nu blijven de mensen veel meer op één plek en doet de landbouw zijn intrede. Een groot gedeelte van de Limburgse bossen wordt afgebrand en geschikt gemaakt voor de akkerbouw en veeteelt. De eerste boeren doen hun intrede in Reuver.

‘De Steingroep’ (3.450 – 2.500 v. Chr.)

Als bewoner van Oppe Brik woont u straks op een uniek en bijzonder stukje grond met een rijke geschiedenis. Op het Oppe Brik terrein zijn namelijk diverse materialen van de Steingroep gevonden. Deze groep trok in de jaren 3.450 tot 2.500 v. Chr. door het zuiden van Nederland. Vindplaatsen van de Steingroep zijn zeldzaam in Nederland, er zijn slechts enkele Stein-nederzettingen bekend. De Steingroep verbleef waarschijnlijk in tijdelijke kampementen. Overblijfselen van huizen of hutten zijn namelijk nooit gevonden. Kenmerkende vondsten zijn bijvoorbeeld onversierde, met kwarts verschraalde, S-vormige potten, kraaghalsflesjes, transversale pijlpunten en dennenboom-vormige pijlspitsen. Aan de gevonden pijlen kunnen we opmaken dat de Steingroep naast de landbouw en veeteelt dus ook nog steeds bezig was met jagen en verzamelen.

‘Brons- en IJzertijd’ (2.000 – 12 v. Chr.)

In Reuver langs het spoor – nabij het Oppe Brik terrein – werd in 1981 een urn en twee crematiegraven uit de Vroege IJzertijd (ca 600 v. Chr.) gevonden. Dit betekent dat de mensen ook tussen 2.000 en 12 v. Chr. langer op één plek verbleven en leefden van landbouw en veeteelt. Immers, je legt je dierbare alleen in een graf of urnenveld, wanneer je weet dat je er regelmatig en gemakkelijk kunt terugkeren.

‘De Romeinen’ (12 v. Chr. – 450 n. Chr.)

Ook de Romeinen hebben hun sporen nagelaten in en rondom Oppe Brik. De Maas had in de Romeinse tijd een belangrijke functie als handelsroute en zorgde er tevens voor dat stukken land beter te verdedigen waren. Men moest immers eerst het water over alvorens er land veroverd kon worden. De Maas was als het ware een natuurlijke scheidingslijn tussen twee gebieden. Waar handelaren zich verplaatsten via het water, had het leger goede wegen nodig om zich te verplaatsen. De snelweg van Heerlen naar Xanten aan de Rijn (Duitsland) – de Prinsendijk – was zo’n weg. Aangezien Reuver halverwege Prinsendijk én aan de Maas ligt, is het niet vreemd dat er overblijfselen van Romeinse villa’s, een grafveld, Romeinse graven en overige resten zijn gevonden in Reuver en Beesel.

‘Monniken en Ridders’ (450 – 1.000 n. Chr.)

Tot ca 750 n. Chr. regeerden de Merovingers (de uitgebreide familie en schoonfamilie van de Frankische koningen) over Noord- en Midden Limburg. Daarna namen Karel de Grote en andere edelen het over. Zij versterkten hun woonplaats en gebruikten deze tevens als centraal punt om te besturen. Zo ontstonden de middeleeuwse kastelen. In een kasteel had elke inwoner zijn eigen taak. Ridders om het kasteel te bewaken, monniken om de religie over te brengen, etc. De kok in een kasteel kookte met zogenaamde kogelpotten; potten met een ronde bodem waarin het eten rechtstreeks op het vuur werd bereid. Vlakbij Oppe Brik, op de smalle strook tussen Maas en Meerlebroek, werden diverse kogelpotten gevonden. Verschillende van deze potten bevinden zich nu in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden.

‘De keizers en leenheren’ (1000 – 1450 n. Chr.)

In de Middeleeuwen heersten er graven, hertogen en leenheren over het agrarische Limburg. Er stonden veel molens in de buurt van het Oppe Brik terrein. De molen van Offenbeek, of Onderste molen, waar de bewoners verplicht waren hun graan te laten malen, wordt in 1369 gebouwd en brandt af in 1704. De molen van Ronckenstein, of Bovenste molen, gelegen op slechts enkele honderden meters van het Oppe Brik terrein, werd tussen 1450 en 1500 gebouwd. De molen is meerdere keren verbouwd, maar werd de laatste keer gebruikt in 1956. Om met meel en broden van en naar de molens te komen, gebruikten de bewoners karren. Dat in het plangebied karresporen zijn gevonden, is dan ook niet vreemd. Deze karresporen zijn typerend voor de middeleeuwse tijd.

‘Bestuurders en hervormers’ (1450 – 1700 n. Chr.)

Vanaf 1340 behoorde Beesel, waaronder ook Reuver viel, tot het nieuw ambt Montfort, één van de acht ambten van het Gelders Overkwartier. Ook de ‘Bestuurders en hervormers’ (1450 – 1700 n. Chr.) vielen tot 1540 nog onder het gezag van de Hertogen van Gelre.

Tussen 1450 en 170 n. Chr. ontstonden dorpen en steden. Met dat ontstaan, ontstonden ook nieuwe beroepen. Er waren bestuurders nodig die het gezag hadden over een stad. Later zorgden deze bestuurders voor hervormingen, omdat zij vonden dat een stad op een andere manier bestuurd moest worden.

Maar hoe is de plaats Reuver nou eigenlijk ontstaan? De oudste kern van Reuver is de buurtschap Leeuwen met een kerkje nabij de huidige St. Lambertuskapel. Na de middeleeuwen ontstond een nieuwe kern rond Den Roover. De oudste vermelding van Reuver stamt uit 1547. Reuver begon als een herberg, een pleisterplaats met de naam de Roever. Op de kruising van de handelsweg tussen Keulen -Antwerpen (huidige Keulseweg) en de verbinding Maastricht-Arnhem (huidige Rijksweg), was behoefte aan een slaapplaats. Naast de plaatsnaam hebben we meer te danken aan deze tijd. Andere overblijfselen zijn de Rijksweg (deze staat namelijk al vermeld op eind 16e -eeuwse kaarten) en de militaire schans St. Brigitte, beiden gelegen in de nabijheid van het Oppe Brik terrein.

Oude Rijksweg

Oude Rijksweg

Herberg de Roever

Locatie Herberg de Roever

‘Burgers en stoommachines’ (1700 – 1900 n. Chr.)

Waar de bestuurders en hervormers leefden in de tijd dat Reuver voor het eerst vermeld werd, kregen de ‘Burgers en stoommachines’ (1700 – 1900 n. Chr.) mee dat Reuver een zelfstandige parochie werd.

Op 1 april 1834 werd Reuver door Monseigneur van Bommel (toenmalig Bisschop van Luik) tot een zelfstandige parochie verheven. Nog datzelfde jaar werd een kapel gebouwd, om de gelovigen onderdak te bieden. Het oude kerkje was inmiddels ingestort. Het aantal Reuverse burgers groeide, dus de kapel bleek al snel te klein. In 1878 werd dan ook de St. Lambertuskerk gebouwd. Met de groei van het aantal inwoners, groeide ook de industrie in Reuver. De aangelegde spoorlijn in combinatie met de Maas, de opkomst van stoommachines en de aanwezigheid van klei en leem, zorgde voor een opmars van de kleiwarenindustrie. Tussen 1890 en 1899 richtte Louis Timmermans in Offenbeek een stoomdakpannenfabriek en brikkenbakkerij op, gelegen op het tegenwoordige Oppe Brik terrein.

Reuver aan het spoor

Reuver aan het spoor

Lambertuskerk

Lambertuskerk

‘De greswarenindustrie’ (1900 n. Chr. – heden)

Met de burgers en stoommachines werd de kleiwarenindustrie op het Oppe Brik een feit. In de jaren daarop werd ‘De greswarenindustrie’ (1900 n. Chr. – heden) een van Reuvers belangrijkste inkomstenbronnen.

Omstreeks 1900 werkte Louis Timmermans samen met Paul en Joseph Teeuwen. Waar Louis zich eerst bezighield met brikken (stenen) bakken en stoomdakpannen, werd dat later het maken van gresbuizen. In 1906 namen de Gebr. Teeuwen de fabriek over. Jarenlang blijven er greswerkzaamheden in de fabriek plaatsvinden, zij het onder een andere naam of onder een andere eigenaar. In 2007 valt het doek voor de greswarenfabriek in Reuver. Het pand komt leeg te staan.

Paul Teeuwen

Directeur Paul Teeuwen bij de oude ‘pannesjop’.

Greswarenfabriek Greswarenfabriek 2

Greswarenfabriek

‘Oppe Brik’

Vanaf 2013 is de gemeente Beesel druk bezig om wonen, werken en onderwijs te combineren op het terrein waar ooit de greswarenindustrie haar hoogtijdagen kende. Vanaf 2015 herrijst de nieuwe woonwijk ‘Oppe Brik’ in het gebied.

Zoals uit alle voorgaande verhalen is gebleken, is Reuver al eeuwenlang een plaats waar mensen elkaar ontmoeten, samen arbeid verrichten en leven. Dat zal ook in de toekomst zo blijven. Oppe Brik biedt kansen en mogelijkheden voor wonen, werken en onderwijs. Jong en oud komen samen in de nieuwe woonwijk, zodat het voormalige greswarenterrein straks weer met recht een levendig gebied genoemd mag worden. Het fraaie, groene park gelegen midden in de wijk, doet dienst als centrale ontmoetings- en rustplek. Net zoals vroeger. De rijke recente geschiedenis van het terrein gaat niet verloren nu er een nieuwe woonwijk herrijst. De oude greswarenfabriek en bijbehorende schoorsteen blijven behouden en in de ontwerpen van de woningen is rekening gehouden met details uit het verleden. Geschiedenis en toekomst gaan gewoon samen op Oppe Brik.

Deze twaalf bewonersgroepen vormen samen de historie van het Oppe Brik terrein. Nu is het aan de nieuwe bewoners om geschiedenis te gaan schrijven!